Logo CBR

QA – CAO Voorstel 2017.

Geplaatst op zondag 22 januari 2017 @ 22:12

Vragen en antwoorden cao-voorstel 2017

Hieronder tref je de antwoorden op een aantal vragen die al gesteld zijn over het cao-voorstel. Mocht jouw specifieke vraag er nog niet bij staan, mail deze dan naar cao-vragen@cbr.nl. Je krijgt dan binnen enkele dagen antwoord.
1. Onze arbeidsvoorwaarden worden versoberd terwijl het CBR afgelopen jaar flinke winst heeft gemaakt. Waarom is dat?
De voorgestelde veranderingen in de cao dragen bij aan een toekomstbestendig CBR. De druk om onze cao meer in lijn te brengen met wat maatschappelijk gangbaar is, wordt steeds groter.

Zo zijn klanten anno 2017 heel prijsbewust en willen weten waarvoor zij betalen. Tegelijk zien we onze loonkosten jaarlijks verder toenemen. Dit komt doordat het aantal oudere medewerkers dat in de huidige cao jaarlijks drie maanden verlof heeft, groeit. In 2013 was 17% van het aantal medewerkers 58 en ouder, in 2018 zal dat bijna 30% zijn. Het is zowel politiek als maatschappelijk niet aanvaardbaar om deze hogere kosten in onze tarieven door te berekenen.

Het CBR kiest er nadrukkelijk voor om hier zelf de eerste stappen in te zetten en niet te wachten tot het moment dat we hiertoe worden gedwongen, zoals zes jaar geleden met onze pensioenen.

Dat de stijging van de gemiddelde leeftijd bij het CBR tot stijging van loonkosten en verlies van productiviteit leidt, is natuurlijk geen verrassing. We hebben hier al vaker met de vakorganisaties en hun vertegenwoordiging over gesproken. Juist vanwege de financiële ruimte die er nu is, kunnen we medewerkers een (gedeeltelijke) financiële compensatie bieden voor een veranderende samenstelling van het arbeidsvoorwaardenpakket.

Deze financiële ruimte geeft ons daarnaast armslag om te investeren in innovaties van onze producten en diensten en om tegenslagen op te kunnen vangen.

2. Waarom zijn er zoveel voorstellen gericht op de oudere medewerker, zoals de vermindering van atv?
Het lijkt misschien alsof we in de cao de ‘oudere medewerker’ specifiek eruit lichten in deze onderhandelingen. Maar daar hebben we in ons voorstel niet speciaal op gericht. De oudere medewerker is natuurlijk wel in beeld als het gaat om de vermindering van de opbouw van atvdagen en het vervallen van de drie maanden uitkering bij pensioen.
De aanpassingen voor oudere medewerkers komen deels voort uit de politieke keuze om de AOWleeftijd te verhogen van 65 naar 67 jaar. Hierbij past het om de leeftijdsgebonden regelingen te willen aanpassen en de beweging te maken naar het ‘generatieproof’ maken van onze arbeidsvoorwaarden. Het CBR is hierin zeker niet uniek. In heel veel organisaties wordt deze beweging gemaakt.
Een groeiend deel van onze medewerkers is ouder dan 58 jaar. In 2013 was 17% van het aantal medewerkers 58 en ouder, in 2018 zal dat bijna 30% zijn. Dat zorgt voor sterk stijgende kosten en een lagere productiviteit. En dat is niet vol te houden.
Juist om de huidige oudere medewerker in mindere mate te treffen, kiezen we bewust voor een geleidelijke overgang en afbouw. Daarom kiezen we er ook bewust voor om die ‘oudere’ medewerker meer te compenseren dan de jongere medewerkers.

3. Waarom raken we Goede Vrijdag en Bevrijdingsdag kwijt als vrije dag, terwijl examinatoren al beknot zijn in het aantal vrije dagen in het tweede kwartaal (quotum)?
In andere organisaties, zelfs bij de Rijksoverheid, worden beide dagen beschouwd als een reguliere werkdag. Daarom vinden we het niet meer dan logisch om hierop aan te sluiten. Ter compensatie komt er een vrije dag terug en een structurele loonsverhoging.

4. Waarom is het voorstel om het aantal privékilometers te limiteren tot 15.000?
Het blijft nog steeds mogelijk om meer dan 15.000 privékilometers te rijden. Alleen vindt het CBR het redelijk om een vergoeding te vragen voor alles wat je boven die 15.000 rijdt. Met 15.000 kilometer per jaar komt een gemiddeld gezin een heel eind. Een onafhankelijke vereniging als ‘Auto van de zaak’ noemt 15.000 een zwaar bovengemiddeld aantal kilometers. Dit zijn de redenen dat het CBR het niet meer verantwoord vindt om alle autokosten boven deze grens te betalen.
Het is goed om te weten dat je als medewerker privékilometers die je zelf betaalt, kunt opvoeren bij de belastingdienst en aftrekken van je bijtelling voor de auto.

5. Waarom is het voorstel voor de loonsverhoging niet meer dan 1%?
De ruimte die het CBR heeft om de lonen in 2017 structureel te verhogen, is niet groot. Dit is het gevolg van de stijging van de pensioenlasten die door het ABP voor 2017 is aangekondigd. Daar hebben medewerkers individueel last van, want je betaalt zelf 30% van de premie. En de werkgever in nog grotere mate, want die betaalt 70%. Dit is een forse stijging van de loonsom.
Het CBR vindt het redelijk om de stijging van het loon vanwege deze stijgende werkgeverslasten nu te matigen. In de afgelopen jaren is er, omgekeerd, namelijk extra structurele loonstijging toegekend toen de pensioenpremie daalde. Mede hierdoor is het loon bij het CBR in drie jaar structureel 8,96% gestegen. Dit is een stijging die veel sterker is dan bij andere organisaties. Het gemiddelde in Nederland is over deze jaren 5%.

6. Waarom kiest het CBR voor de zaterdag-openstelling?
De maatschappij wordt steeds meer een 24/7-maatschappij. Dit is ook zichtbaar in andere branches. Ook voor ons is het niet nieuw: al jaren nemen we bijvoorbeeld op zaterdag examens af voor de transport- en logistieke branche. En dat doen we ook bij de divisie Theorie.
Deze vraag naar meer flexibiliteit van onze kant groeit. Om hier invulling aan te geven, is dit in de afgelopen jaren voor sommige producten dus al mogelijk gemaakt. Maar de afspraken in de huidige cao belemmeren dit formeel. We willen de praktijksituatie daarom bestendigen in de nieuwe cao. Daarom hebben we deze aanpassing opgenomen in ons voorstel. Zoals aangegeven, blijft het werken op de zaterdag op vrijwillige basis. Het is zeker niet de bedoeling om het werk van een doordeweekse dag naar de zaterdag te verschuiven.